vwo41-(2s27)
Twee kubussen hebben een gemeenschappelijk zijvlak. Het punt A is het midden van een ribbe en de punten B en C zijn hoekpunten van een kubus zoals in de figuur. Aan welke ongelijkheid voldoet de hoek α ?
A.   α < 90°
B.   90° ≤ α < 120°
C.   120° ≤ α < 135°
D.   135° ≤ α < 150°
E.   150° ≤ α
    a    b    c    d    e

[ vwo41-(2s27) - op net sinds 19.3.2026-() ]


Deze (27ste)vraag werd gesteld op 4 maart 2026 tijdens de tweede ronde van de 41ste Vlaamse Wiskunde Olympiade (5de en 6de jaars)

Translation in   E N G L I S H

IN CONS
IN CONSTR
IN CONSTRUC
IN CONSTRUCTI
IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

1ste manier :
Moest A het (laagste) uiteinde zijn van de ribbe, dan was de hoek recht.
Daar dat punt A nu hoger ligt kan de hoek enkel kleiner zijn dan 90°
2de manier :
Stellen we de lengte van de ribben van de twee kubussen op 2, dan is volgens de stelling van Pythagoras   |AB|² = |AC|² = 1² + (2√2)² = 1 + 8 = 9 zodat   |AB| = |AC| = 3
De cosinus van de hoek α (in A) vindt men door toepassing van de cosinusregel : 4² = 3² + 3² − 2.3.3.cos α  ⇔  18.cos α = 2  ⇔  cos α = 1/9 Dus α < 90°   (ongeveer 84°) → (A)
GWB