Het symbool stelt de oppervlakte voor van de gelijkzijdige driehoek met zijde a.
Welke van de volgende uitspraken is waar ?
A.   \(\underset{2}{\Delta}+\underset{3}{\Delta}=\underset{6}{\Delta}\)
B.   \(\underset{3}{\Delta}+\underset{4}{\Delta}=\underset{5}{\Delta}\)
C.   \(\underset{2}{\Delta}+\underset{3}{\Delta}=\underset{8}{\Delta}\)
D.   \(\underset{2}{\Delta}+\underset{3}{\Delta}=\underset{4}{\Delta}\)
E.   \(\underset{4}{\Delta}+\underset{5}{\Delta}=\underset{9}{\Delta}\)
    a    b    c    d    e

[ vwo25-(1s28) - op net sinds 14.1.2026-(E)-20.10.2026 ]


Deze (28ste)vraag werd gesteld op 13 jan 2010 tijdens de eerste ronde van de 25ste Vlaamse Wiskunde Olympiade (5de en 6de jaars)
38% gaf een correct antwoord, 31% een fout antwoord en 31% gaf geen antwoord.

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

De oppervlakte van een gelijkzijdige driehoek met zijde a is evenredig met het kwadraat van de zijde. Als we nu de gelijkheid   beschouwen, dan is deze dus equivalent met   a² + b² = c².
Van de gegeven drietallen voldoet enkel (3, 4, 5) aan deze vergelijking : 3² + 4² = 5².
GWB