Welke ongelijkheid is juist ?
A.   \(\sqrt3\cdot \sqrt5 < \sqrt2 \cdot \sqrt6\)
B.   \(\sqrt3\cdot \sqrt7 < \sqrt2 \cdot \sqrt8\)
C.   \(\sqrt5\cdot \sqrt6 < \sqrt3 \cdot \sqrt8\)
D.   \(\sqrt5\cdot \sqrt7 < \sqrt2 \cdot \sqrt{10}\)
E.   \(\sqrt5\cdot \sqrt8 < \sqrt6 \cdot \sqrt7\)
    a    b    c    d    e

[ vwo22-(1j1) - op net sinds 31.5.2023-(E)-20.10.2026 ]


Deze (1ste) vraag werd gesteld op 17 januari 2007 tijdens de 1ste ronde van de Junior Wiskunde Olympiade (3de en 4de leerjaar)
77% van de deelnemers vonden het juiste antwoord.
11% gaven een fout antwoord, 12% lieten de vraag blanco

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

\(\sqrt5\cdot \sqrt8 = \sqrt {5.8} = \sqrt{40}\\\sqrt6 \cdot \sqrt7 =\sqrt{6.7}=\sqrt{42}\\\sqrt{40} < \sqrt{42}\)
Dus antwoord E is juist.
Op dezelfde manier toont men aan dat de vier andere onjuist zijn.