X A B Y O
In bijgaande figuur, opgebouwd met twee congruente parallellogrammen is     gelijk aan
A.   \(\overrightarrow{A}-\overrightarrow{2B}\)
B.   \(-2\overrightarrow{B}\)
C.   \(3\overrightarrow{A}-2\overrightarrow{B}\)
D.   \(-\overrightarrow{A}-2\overrightarrow{B}\)
E.   \(-\overrightarrow{A}+2\overrightarrow{B}\)
    a    b    c    d    e

[ vwo16-(2s14) - op net sinds 1.2.2026-() ]


Deze (14de)vraag werd gesteld op 7 maart 2001 tijdens de tweede ronde van de 16de Vlaamse Wiskunde Olympiade (5de en 6de jaars)
54% correcte antwoorden - 18% foute antwoorden - 28% blanco's

Translation in   E N G L I S H

The accompanying figure is composed of two congruent parallelograms.

A.   \(\overrightarrow{A}-\overrightarrow{2B}\)
B.   \(-2\overrightarrow{B}\)
C.   \(3\overrightarrow{A}-2\overrightarrow{B}\)
D.   \(-\overrightarrow{A}-2\overrightarrow{B}\)
E.   \(-\overrightarrow{A}+2\overrightarrow{B}\)

Oplossing - Solution

GWB