In een rechthoekige driehoek met zijden a, b, c (en overstaande hoeken respectievelijk A, B, C) is  a de langste zijde. Dan geldt : A.   a = b cos B + c cos C
B.   a = b cos B + c sin C
C.   a = b sin C + c sin B
D.   a = b sin B + c sin C
E.   a = b sin B + c cos C
    a    b    c    d    e

[ vwo11-(1s14) - op net sinds 6.3.2026-() ]


Deze vraag (14de) werd gesteld in jan 1996 tijdens de eerste ronde van de 18de Vlaamse Wiskunde Olympiade.
30% heeft correct geantwoord, 18% fout en 52% heeft niet geantwoord.

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

Teken de driehoek ABC en trek de hoogtelijn uit A.
De schuine zijde wordt daardoor verdeeld in twee lijnstrukken die een lengte hebben van c.cos B en b.cos C.
Dus   A = c.cos B en b.cos C = c.sin C + b.sin B.
GWB