A B C
Hoe groot is de oppervlakte van de beide oren van ”Mickey Mouse”, als men weet dat de grote cirkel straal 1 heeft, de rand van de oren halve cirkels zijn, en A het midden is van de halve cirkel BC ?
A.   \(1\)
B.   \(\frac{\pi}{2}\)
C.   \(\frac{\pi}{3}\)
D.   \(\frac{\pi}{4}\)
E.   \(\pi-2\)
    a    b    c    d    e

[ vwo03-(1s23) - op net sinds 7.2.2026-(E) ]


Deze (23ste)vraag werd gesteld in jan 1988 tijdens de eerste ronde van de derde Vlaamse Wiskunde Olympiade (5de en 6de jaars)
Slechts 16% gaf een correct antwoord, 31% een fout en meer dan de helft heeft niet geantwoord.

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

De middellijn van de halve cirkel van het oor is \(\sqrt2\)  lang.
De straal is daar de helft van zodat de oppervlakte van die halve cirkel \(\frac12.\pi \left( \frac{\sqrt2}{2} \right) ^2 = \frac{\pi}{4}\)
Voor één oor te krijgen moet van die halve cirkel nog \(\frac14\pi1^2-\frac121.1\) worden afgetrokken zodat we uit komen op \(\frac{\pi}{4}-\frac14\pi +\frac12=\frac12\)
Het antwoord is dus gewoon het dubbel van dat getal (2 oren), dus 1.
GWB