O A B X
De getekende figuur bestaat uit 2 ruiten die tesamen een parallellogram vormen.
Als we vector \(\vec{ox}\) verkort door \(\vec{x}\) voorstellen dan is  \(\vec{x}\)  gelijk aan
A.   \(2\vec{AB}\)
B.   \(\vec{B}-\vec{A}\)
C.   \(2\vec{A}-\vec{B}\)
D.   \(\vec{A}-2\vec{B}\)
E.   \(2\vec{B}-\vec{A}\)
    a    b    c    d    e

[ vwo02-(1s9) - op net sinds 8.2.2026-(E) ]


Deze (9de) vraag werd gesteld in jan 1987 tijdens de eerste ronde van de 2de Vlaamse Wiskunde Olympiade (5de en 6de jaars)
60% heeft correct geantwoord, 24% fout en 16% heeft niet geantwoord.

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION
A.  
B.  
C.  
D.  
E.  

Oplossing - Solution

Rechtsboven : \(\vec{A}-\vec{B}\)
Linksboven : \(\vec{B}-\vec{A}\)
\(\vec{x}\) is nu de som van \(\vec{B}-\vec{A}\)  en  \(\vec{B}\)
GWB