1ste manier :
Voor k = 0 → \(\vec P=\vec B\) ⇒ antwoord a of y
Voor k = −1 → \(\vec P=-\vec A\) ⇒ antwoord a of x
Bijgevolg is het antwoord a
2de manier :
)
Hier speelt \(-\vec B\) de rol van steunpunt en \(\vec A-\vec B\) de rol van richtingsvector waardoor we bij de rechte a terecht komen.
( \(\vec A-\vec B\) vind je door \(-\vec B\) bij \(\vec A\) op te tellen )