In een assenstelsel zijn
(2, 1), (3, 3), (5, 2), (6, 4)
vier hoekpunten van een parallellogram. Eén van de diagonalen heeft als richtingscoëfficiënt
A.   \(\frac12\)
B.   2
C.   \(\frac13\)
D.   \(\frac34\)
E.   \(\frac23\)
    A    B    C    D    E

[ 4-8889 - op net sinds 26.10.2025-(E)- ]

Translation in   E N G L I S H

IN CONSTRUCTION

Oplossing - Solution

Als je de figuur maakt blijkt de gevraagde diagonaal deze te zijn die (2,1) met (6,4) verbindt (het moet een stijgende rechte zijn).
De richtingscoëfficiënt van deze diagonaal is \(\frac{4-1}{6-2}=\frac{3}{4}\)
( \(\frac13\) en 2 zijn de rico’s van de zijden, \(\frac12\) de tegengestelde rico van de andere diagonaal)

GWB