|
In een gelijkbenige rechthoekige Δ ABC met rechthoekszijden 4, trekt men de cirkel door de hoekpunten B en C en het midden M van een rechthoekszijde. Hoe groot is de straal van die cirkel ? | A. ![]() | |
|---|---|---|
B. ![]() | ||
| C. 3,5 | ||
| D. 4 | ||
E. ![]() |
[ 4-7618 - op net sinds 15.9.15-()-6.6.2026 ]
| IN CONSTRUCTION |
|---|