Eerste afgeleide :
=\frac{2\left(1+x^2\right)-2x.2x}{(1+x^2)^2}=\frac{2+2x^2-4x^2}{(1+x^2)^2}=2\frac{1-x^2}{(1+x^2)^2})
Hieruit kunnen we al concluderen dat de extrema (minimum en maximum)
zich bevinden in −1 en +1.
Voor de buigpunten hebben we de
tweede afgeleide nodig :
-\left(1-x^2\right).2x}{(1+x^2)^3}=4x\frac{-1-x^2-2+2x^2}{(1+x^2)^3}=4x\frac{x^2-3}{(1+x^2)^3})
We zien dat deze tweede afgeleide drie nulwaarden heeft :
x = 0, x = −

en x = +

.
Daar ze alle drie tot het domein behoren en het schema voor de
tweede afgeleide is :
x | −
0
.
D²f(x) | − 0 + 0 − 0 +
f(x) | ∩
BP ∪
BP ∩
BP ∪
kunnen besluiten dat er drie buigpunten zijn.