1ste manier :
A is het steunpunt, (B, eigelijk OB wijst de richting aan).
Het gaat dus om de rechte door A evenwijdig met OB, nl. de rechte d. 2de manier :
Voor k = 0 kom je in het punt A terecht.
Voor k = 1 kom je terecht in de rechterbovenhoek van het parallellogram.
We hebben dus te doen met de rechte d.